Eise Eisinga
Eise Eisinga werd geboren op 21 februari 1744 in het huis op Tsjerkebuorren 13. In 1749 verhuisde het gezin van de huurwoning aan de Tsjerkebuorren naar een voor die tijd riant koophuis met werkplaats aan de Brêgeborren (nummer 14). Van jongs af aan werkte Eise mee in de wolkammerij van zijn vader. Het was een flink bedrijf dat vier vaste krachten in dienst had en in de wintermaanden nog eens honderden thuiswerksters voor het spinnen van de wol. Het kleuren deden Eise en zijn vader Jelte zelf. Jelte was muzikaal begaafd, intellectueel ontwikkeld en bijzonder handig. Zo bouwde hij zelf een klavecimbel, een huisorgel en voor zijn negenjarige zoon Eise een zeilbootje en later, als hij ontdekt dat zijn zoon interesse heeft voor sterrenkunde, achter in de tuin een astronomisch instrument, om de positie van de sterren te bepalen. Vanaf zijn vijftiende volgde Eise enkele jaren wiskundelessen bij de wolverver Willem Wytzes in Franeker, later gevolgd door lessen in de astronomie. Na zijn huwelijk met Pietje Jacobs op 22 mei 1768 verhuisde Eise naar Huis de Ooievaar, tegenover het Franeker stadhuis en begon er een eigen wolkammerij. Tussen 1777 en 1784 bouwde hij daar zijn wereldberoemde planetarium. Eise Eisinga was tevens een van de drijvende krachten van de Patriottische beweging die streed voor meer invloed van de burgerij in het openbaar bestuur. In 1787 is Franeker het hart van de Patriottische opstand in Friesland. Na het neerslaan van de opstand in 1789 vluchtte hij naar Gronau. Later vond hij een veilig onderkomen in Visvliet. Na de Bataafse Revolutie van 1795 keerde hij terug naar Franeker, waar hij vanaf die tijd belangrijke posities bekleedt in het stadsbestuur. Hij overleed op 27 augustus 1728 en werd begraven in het graf van zijn vader Jelte in Dronryp.